hh_top

Hoe en wanneer

Techniek

wassen stap 1   Stap 1: wrijf de handen over elkaar. Vergeet hierbij niet de rug van de duim.     wassen stap 2   Stap 2: wrijf goed tussen de vingers.
wassen stap 3   Stap 3: wrijf ook aan de andere kant van de hand tussen de vingers.     wassen stap 4   Stap 4: maak twee vuisten in elkaar.
wassen stap 5   Stap 5: wrijf de individuele vingers met de gehele hand in.     wassen stap 6   Stap 6: maak ook de nagels schoon door de vinger- toppen in de handpalm te wrijven.

Desinfectie momenten

indicatie 1   Voor contact met patiënten in beschermende isolatie.

Om te voorkomen dat micro-organismen van elders in het lichaam van de patiënt terechtkomen.

Bijvoorbeeld bij patiënten met brandwonden of neutropenie.
indicatie 2   Voor een invasieve handeling.

Om te voorkomen dat micro-organismen in het lichaam van de patiënt terechtkomen. Deze micro-organismen kunnen afkomstig zijn van de medewerker, de directe omgeving of van de patiënt zelf.

Voorbeelden: inbrengen (blaas)catheters, canules (venflons); geven van injecties; openen van vasculaire toegangssystemen (centrale lijn, TPV); verzorging van drains; verwisselen van infusen; toediening van medicatie via een infuus of spuitpomp; geven van oogdruppels.
indicatie 3   Tijdens de verzorging van patiënten bij de overgang van vuil naar schoon.

Om te voorkomen dat micro-organismen van de patiënt zelf elders in zijn lichaam terechtkomen.

Voorbeelden: na het verwijderen van vuil verband en voor het aanbrengen van schoon verband; na het uitzuigen van keel en/of longen; na mond- en gebitsverzorging; na contact met urine, faeces, braaksel, sputum, bloed, speeksel en traanvocht.
indicatie 4   Na direct patiëntencontact.

Om te voorkomen dat micro-organismen van de patiënt via de medewerker verder worden verspreid.

Voorbeelden: na lichamelijke verzorging of onderzoek; na het geven van wisselligging of de patiënt rechtop zetten; na bloeddruk meting en pols tellen.
indicatie 5   Na het verlaten van de kamer van een patiënt in contact isolatie.

Om te voorkomen dat pathogene micro-organismen van de patiënt via de medewerker verder worden verspreid.

Bijvoorbeeld bij een patiënt in isolatie wegens besmetting met MRSA, Norovirus etc.
indicatie 6   Na het uittrekken van handschoenen.

Om te voorkomen dat micro-organismen van de medewerker terecht komen bij de patiënt of zijn omgeving.
indicatie 7   Na contact met de directe omgeving van de patiënt.

Om te voorkomen dat micro-organismen van de patiënt die zich ook in zijn directe omgeving bevinden via de medewerker verder worden verspreid.

Voorbeelden: na het instellen van infusen en pompen; na contact met bewakingsapparatuur; na het opmaken of verschonen van het bed; na contact met het nachtkasje/bedtafeltje.

 

Bronnen: WIP richtlijn handhygiëne medewerkers (2007), Universitätsklinikum Münster (Institut für Hygiene) en A. Widmer, Basel, Zwitserland

 

deelnemende ziekenhuizen